Waarop beoordeelt een verzekeraar houten gebouwen? Hoewel houtbouw steeds vaker wordt toegepast, blijft het voor verzekeringsmaatschappijen wezenlijk anders dan traditionele gebouwen van beton of steen. Dat komt doordat hout zich bij calamiteiten, zoals brand, anders gedraagt en daardoor andere risico’s met zich meebrengt. In dit artikel worden verschillende afwegingen toegelicht die een verzekeraar maakt bij de beoordeling van houten gebouwen.
Schade en continuïteit versus veiligheid
Verzekeraars beoordelen gebouwen primair vanuit het perspectief van schadebeperking en continuïteit. Daarbij gaat het niet alleen om de kans op een incident, maar vooral om de mogelijke omvang van de schade wanneer zich een calamiteit voordoet. Dit verschilt van de focus van bouwregelgeving, die in eerste instantie is gericht op de veiligheid van mensen en het beperken van risico’s voor de omgeving.
Dit onderscheid wordt met name relevant bij houtbouw in grotere schaal en hoogte. Waar bij lagere gebouwen externe inzet vaak mogelijk is om schade te beperken, is bij hoogbouw een gebouw in veel gevallen sterker aangewezen op zijn eigen constructieve en brandwerende eigenschappen. Vanuit verzekeringsperspectief speelt dit mee in de beoordeling van het verwachte schadeverloop en de mogelijke kosten na een incident.
Risico = kans x impact
Om risico’s inzichtelijk te maken, werken verzekeraars met scenario’s waarin zowel de kans op een incident als de mogelijke gevolgen worden meegenomen. Dit wordt vaak samengevat als risico = kans × impact. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de waarschijnlijkheid van bijvoorbeeld brand, maar vooral naar het verwachte schadebeeld wanneer een dergelijk scenario zich voordoet.
Begrippen als Maximum Probable Loss (MPL) en Estimated Maximum Loss (EML) worden gebruikt om een inschatting te maken van de maximale schade die bij een calamiteit kan ontstaan. De MPL geeft een inschatting van de schade bij een realistisch, maar ernstig scenario, terwijl de EML kijkt naar de maximale schade die in uitzonderlijke omstandigheden kan optreden. Deze scenario’s worden gebruikt om te beoordelen of een risico acceptabel is, welke voorwaarden daarbij horen en in hoeverre schade beheersbaar blijft bij een calamiteit.
Brandgedrag van hout
Bij dit risicodenken speelt het brandgedrag van hout een belangrijke rol. Hout gedraagt zich bij brand anders dan traditionele bouwmaterialen en kan, zeker wanneer het materiaal niet wordt afgedekt, relatief snel bijdragen aan brandontwikkeling. Warmtestraling en uitgassing leiden tot een ander verloop van een brand, wat invloed heeft op het verwachte schadebeeld. Verzekeraars kijken daarbij niet alleen naar het ontstaan van brand, maar vooral naar de mate waarin een gebouw de brandontwikkeling kan beperken en schade kan afremmen.
In dat licht hechten verzekeraars waarde aan ontwerpkeuzes die verder gaan dan het minimaal vereiste niveau van brandweerbaarheid. Maatregelen die de inzetbaarheid van een gebouw bij brand vergroten en de brandontwikkeling vertragen, kunnen een aanzienlijk verschil maken in de omvang van de schade wanneer een incident zich voordoet. Ontwerpkeuzes zoals zichtbaarheid van hout, mate van afscherming en de samenhang tussen bouwdelen wegen daarbij mee in hoe een risico wordt beoordeeld.
Meer over houtbouw en verzekeren
Wie zich verder wil verdiepen in de relatie tussen houtbouw en verzekerbaarheid, kan gebruikmaken van bestaande kennis en richtlijnen die breder in de sector worden ontwikkeld. Verzekeraars delen informatie over risicobeoordeling en schadebeperking, terwijl organisaties als Centrum Hout, NEN en kennisinstituten zoals TNO en Brandweer Nederland kennis ontsluiten over brandveiligheid, materiaalgedrag en ontwerpprincipes. Deze bronnen bieden aanvullende context voor het begrijpen van de afwegingen die een rol spelen bij het verzekeren van houten gebouwen.
Over WOODED
Dit artikel is geschreven vanuit het onderzoeksprogramma WOODED. WOODED is een samenwerkingsprogramma van Hogeschool Saxion, Hogeschool Van Hall Larenstein en Hogeschool Utrecht, mogelijk gemaakt door de SPRONG-subsidie van het Regieorgaan SIA. Partners als Staatsbosbeheer, Centrum Hout en diverse bedrijven leveren een actieve bijdrage.














