Tijdens de Wegverleggers-bijeenkomst van 20 februari 2026 stond één overkoepelende vraag centraal: hoe brengen we regionaal het wegbeheer en asfaltonderhoud naar een hoger niveau, in een tijd waarin maatschappelijke ambities toenemen, terwijl capaciteit en budget onder druk staan en de complexiteit van de opgaven groeit?
De urgentie is duidelijk. Gemeenten krijgen te maken met een stapeling van opgaven en randvoorwaarden. Personele capaciteit neemt af, kosten stijgen en juridische kaders worden complexer. In die context biedt de klassieke, projectmatige aanpak steeds minder houvast.
Duiding vanuit praktijk en perspectief
Tijdens de bijeenkomst gaven wethouder Jan Engels (gemeente Losser), Jan Wienk (Weconnext), Peter Dijkstra (gemeente Enschede), Mark Slooijer (gemeente Losser) en Tom Behage (Flawless Workflow) ieder vanuit hun rol en perspectief duiding aan deze ontwikkeling. Hun bijdragen vormden samen een samenhangend verhaal waarin regie, programmatisch werken, data en samenwerking centraal stonden.
Bekijk hier de presentaties.
De context: een systeem onder druk
Gemeenten zoals Enschede en Losser ervaren een groeiende kloof tussen maatschappelijke opgaven (o.a. klimaatadaptatie, grondstoffen, klimaatwet, gezonde leefomgeving) en de beschikbare operationele capaciteit. Er is sprake van personeelstekort, stijgende kosten, juridische complexiteit en hoge werkdruk. Deze druk leidt tot wat werd benoemd als een systeemcrisis: te veel opgaven tegelijk, onvoldoende middelen en versnipperde uitvoering.
Deze situatie maakt duidelijk dat de klassieke, projectmatige aanpak onvoldoende is om strategische doelen duurzaam te borgen.
De noodzakelijke verschuiving: van projectmatig naar programmatisch
Het hart van het betoog: wie deze systeemcrisis écht wil aanpakken, moet de stap maken naar een programmatische aanpak. Dat betekent onder meer:
- meer efficiëntie in de organisatie
- een langere tijdshorizon
- continu leren
- standaardiseren waar mogelijk
- ruimte creëren voor innovatie
- betere samenwerking tussen overheid en markt
Programmatisch werken helpt om de organisatie meer in balans te brengen: stabiliteit in budget en werkdruk, voorspelbaarheid in projecten en gefaseerde ontwikkeling richting maatschappelijke opgaven. Daarmee ontstaat een logische keten van:
maatschappelijke opgaven → strategische programmadoelen → consistente uitvoeringspraktijk → meer maatschappelijke waarde.
De veranderende rol van overheid en markt
Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat programmatisch werken ook vraagt om een andere rolverdeling. De overheid moet opnieuw sterkere regie nemen, niet door meer controle, maar door te sturen op maatschappelijke doelen en de focus te verleggen naar organisatie, informatie en communicatie. Dat vraagt om:
- heldere kaders stellen
- het ‘wat’ bepalen in plaats van het ‘hoe’
- samenwerken in plaats van ‘contracteren op afstand’
Het gevolg is dat marktpartijen niet langer alleen worden beoordeeld als uitvoerende capaciteitsleverancier, maar ook als integrale partner.
Tegelijkertijd werd benoemd dat ondernemers ook regie moeten nemen door keuzes te maken die passen bij hun kennis, expertise en DNA, en door strategische partnerships aan te gaan. Daarbij kwamen drie mogelijke rollen naar voren:
- Capaciteitsleverancier – efficiëntie, volume, voorspelbaarheid
- Integrale partner – mee-ontwerpen, afwegen, ketens organiseren
- Specialist – innovatie, unieke waarde, herbruikbare bouwstenen
De samenhang is cruciaal: zonder overheid die richting geeft, krijgen marktpartijen geen ruimte om waarde toe te voegen. Met regie ontstaat juist ruimte voor innovatie, toetreding van nieuwe spelers en betere oplossingen.
Het programma GOA als drager van de verandering
Het Groot Onderhoud Asfaltwegen (GOA)-programma van Losser en Enschede vormt de concrete uitwerking van deze koerswijziging. De programmadoelen zijn:
- Integrale ontwikkeling: efficiency organiseren, organisatieontwikkeling, innovatie integraal in het proces, continuïteit en uniformiteit
- Circulair in 2050 (50% in 2030): minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen, producten en grondstoffen oneindig hergebruiken
- Gezondere leefomgeving: schone en emissieloze bouwplaats, geen uitstoot toxische stoffen, veilige en toegankelijke wegen, verbetering biodiversiteit
- CO₂-neutraal in 2050 (50% in 2030): CO₂-neutrale producten, geen CO₂-uitstoot op de bouwplaats
- Klimaatadaptieve leefomgeving: activiteiten dragen bij aan het verlagen van risico op wateroverlast, verdroging en hittestress
De aanbesteding sluit aan op deze koers: een langdurig (maximaal 8-jarig) bouwteamcontract, met 100% kwaliteit als gunningscriterium. Niet de beste asfalteur stond centraal, maar de beste partner om de doelstellingen te behalen.
Binnen het programma worden programmeren, standaardiseren, leren en innoveren geïntegreerd, inclusief aandacht voor datagedreven assetmanagement.
Data, innovatie en standaardisatie als motor
Gemeenten beschikken over veel, vaak onbenutte, areaaldata. Door deze data centraal te ontsluiten en te koppelen aan bestaande systemen ontstaat beter inzicht in prestaties, risico’s en onderhoudsstrategieën. Dit vergroot de efficiency en ondersteunt het realiseren van maatschappelijke opgaven.
Binnen het programma worden data en innovatie bewust gekoppeld aan de programmacyclus, waardoor innovatie geen losse activiteit is, maar een structureel onderdeel van het werkproces.
Regionale samenwerking: Wegverleggers als platform
Alle elementen komen samen in Wegverleggers. Dit is ontstaan uit de samenwerking tussen Enschede, Losser en de combinatie NTP/Roelofs. Wegverleggers wordt doorontwikkeld tot een onafhankelijk regionaal kennis- en ontwikkelplatform waarin gemeenten en provincie, marktpartijen en ketenpartners samenkomen om regie, kennisdeling en doorontwikkeling te borgen. Daarbij zet Universiteit Twente de onderzoeks- en innovatieprogrammering uit en pakt Stichting Pioneering een aanjagende, faciliterende en organiserende rol.
De interactieve sessies bevestigden dat regionale regie breed gedragen wordt, maar dat randvoorwaarden zoals regievoering met Universiteit Twente en Stichting Pioneering verder moeten worden geconcretiseerd.
Vervolg: Wegverleggers als regionaal platform
De bijeenkomst maakte duidelijk dat de beweging naar programmatisch werken en regionale samenwerking niet alleen gewenst is, maar ook momentum heeft. De volgende stap is om die gezamenlijke richting verder te vertalen naar heldere randvoorwaarden, rolverdeling en uitvoering.
In het vervolg wordt daarom gewerkt aan:
- het verder concretiseren van de regievoering en samenwerking rondom Wegverleggers
- het uitwerken van de rol van Universiteit Twente in de onderzoeks- en innovatieprogrammering
- het uitwerken van de aanjagende, faciliterende en organiserende rol van Stichting Pioneering
- het uitwerken van Wegverleggers als regionaal kennis- en ontwikkelplatform, waarin kennisdeling en doorontwikkeling structureel worden geborgd
Zodra hierover meer duidelijk is, delen we dit met de betrokkenen.












